Van maker naar manager: waarom je vaardigheden je voorsprong zijn, niet je eindstation.

Het contentvak op zich verdwijnt niet. Maar het vak zoals het vorig jaar nog gedaan werd, wel.

AI levert binnen seconden een eerste versie. Plus een vertaling en tien varianten. Veel van dit soort werk verschuift naar de machine, en komt niet meer terug. Daar kunnen we niet omheen. Leg je je (meer)waarde in dat maakwerk, dan concurreer je straks op precies het terrein waar een AI-model sneller en goedkoper is.

Dat betekent niet dat er minder werk overblijft voor de contentprofessional. Daarover kunnen we je geruststellen. Het is ánder werk, maar het leunt precies op de vaardigheden waar een goede contentprofessional al jaren op draait.

Die vaardigheden zijn je basis, niet je eindstation. Ze komen uit het oude vak en moeten nu doorgroeien naar het AI-tijdperk, zodat jij de rol van morgen inneemt. En dat begint nu, niet later: het startsein is gegeven.

CP 3511

Het is al begonnen

Wie wil zien wat AI met het vak doet, hoeft niet naar voorspellingen te kijken. De verschuiving staat al in de cijfers.

In april 2026 lag het aantal startersvacatures in Nederland in onder meer marketing al dertig tot veertig procent lager dan een jaar eerder. Het uitvoerende werk waarmee starters het vak binnenkwamen - schrijven, redigeren, vullen, plannen - is precies het werk dat een machine als eerste overneemt. Tegelijk groeit de vraag naar mensen die kunnen beoordelen, structureren en aansturen. Het werk verdwijnt niet. Het wordt herverdeeld.

En er zit een verrassing in voor iedereen die taalvaardigheid ooit als ‘zacht’ wegzette. Andrej Karpathy, medeoprichter van OpenAI, vatte het scherp samen: de populairste programmeertaal is nu Engels. Het is niet Python, maar gewone taal (en in ons geval dus Nederlands).

Een taalmodel stuur je immers aan met taal: heldere formuleringen, scherpe briefings, gevoel voor doelgroep en toon. De vaardigheid die nooit als technisch gold, is opeens hoe je de krachtigste technologie in de organisatie bedient.

De sleutel was altijd al van ons

Een AI schrijft moeiteloos en snel. Wat het niet kan, is weten wat goed is. Het heeft geen mening, geen smaak, geen gevoel voor wat deze ene lezer op dit ene moment nodig heeft. Geef je het generieke input, dan krijg je net zo generieke output terug.

Wat AI dus nodig heeft, is iemand die scherp heeft wat er moet gebeuren voordat er iets gevraagd wordt. Iemand die de output naleest en ziet of deze daadwerkelijk klopt, hoe overtuigend deze ook klinkt. Iemand die weet waar AI zelfstandig mag handelen en waar een mens ertussen hoort.

Oftewel, hetzelfde beoordelingsvermogen dat je als maker opbouwde, nu gericht op het werk dat AI aanlevert.

Van maker naar manager

De verschuiving laat zich in vier woorden vangen: van maker naar manager.

Vroeger maakte je het werk zelf: van eerste opzet tot laatste redactieslag. Nu geef je de opdracht, beoordeel je wat terugkomt, en/of bepaal je wat naar de machine gaat en wat bij een mens moet blijven. Niemand geeft je hier (nu al) een nieuwe titel of een officiële functieverandering voor. Je moet de vaardigheden die erbij horen dus zelf ontwikkelen, ook al verandert je functie op papier niet.

Prompten is daarbij één vaardigheid, en niet de belangrijkste. Wat telt is helderheid: zelf scherp hebben wat je wilt voordat je het vraagt. Wie dat mist, prompt wel, maar prompt vaag, en krijgt vaag terug. Dat is nog maar de eerste van een reeks van zeven vaardigheden die deze nieuwe contentrollen vragen.

Collega's in gesprek bij een laptop op kantoor

Niet iedereen krijgt dezelfde AI-contentrol

Er is niet één versie van die nieuwe rol. De vaardigheden die de manager van AI nodig heeft gelden voor iedereen, maar niemand hoeft ze allemaal op topniveau te beheersen. Van nature ligt jouw zwaartepunt ergens anders dan dat van de meeste collega’s. De één bewaakt de taal en de merkstem. De ander ontdekt nieuwe toepassingen voordat de rest ze ziet. Een derde regisseert het samenspel tussen mensen en machines. Weer een ander bouwt de werkwijze waar het team in werkt, of krijgt juist de mensen mee die anders blijven hangen.

Dat zijn geen rangen, het zijn richtingen. En het verklaart waarom losse AI-trainingen vaak zo weinig opleveren: ze behandelen iedereen als dezelfde beginner, terwijl de kracht juist in het verschil zit.

Want een team dekt samen wat geen enkel individu alleen dekt. Op een vaardigheid waar de één een basisniveau heeft, heeft een ander haar zwaartepunt. De vraag voor een leidinggevende is daarom niet of losse mensen al iets met AI doen. Dat levert een paar enthousiastelingen op en verder weinig.

De scherpere vraag is of het team samen het hele veld van nieuwe vaardigheden bestrijkt, en waar de gaten zitten die op dit moment niemand ziet.

Wil je meer weten over contentprofielen in het AI tijdperk? Lees hier meer:

TaalarchitectOrkestratorSysteembouwerWegwijzerContentpionier

Wie nu begint, bepaalt de norm

Het contentvak verschuift van maken naar sturen, van tekst naar oordeel, van de auteur naar de manager van het systeem dat de tekst maakt. Dat vraagt ontwikkeling, van de professional en van de leider die het team de ruimte geeft om die te pakken. We geloven niet dat je morgen meteen al overbodig bent als je nu stilzit. Maar er zit wel degelijk urgentie achter: die rol beweegt zich niet vanzelf naar je toe, en de mensen die hier nu bewust in stappen, bepalen straks hoe het werk eruitziet.

Wat je al kon is je voorsprong. De vraag is alleen of je hem nu ook gebruikt.

Patrick Boom

Vertel ons over je contentambitie

Patrick Boom
Managing director
Mail naar [email protected]